Een tent

Na ik thuisging van het klooster, verlangde ik naar die rust en de momenten van alleen zijn.

 

De dag nadat ik het klooster verliet, op 25 december, zat ik alleen in mijn werkkamer. Het was er heerlijk rustig. Mijn man was in de woonkamer, ik was boven.

 

Ik zat daar een tijdje, en toen kroop op een gegeven moment onder mijn bureau. Later bouwde ik een tent onder het bureau. Ik wilde verdwijnen voor de wereld. Onder dat bureau vond ik een gevoel van veiligheid, een plek waar ik mijn emoties kon loslaten. Op dat moment zag ik het allemaal nog niet helder; alleen de woede werd steeds sterker. Ik voelde intens veel boosheid richting mijn vader, kwaad om zijn overlijden en het feit dat hij mij had achtergelaten.

 

Het grootste deel van het einde van 2022 bracht ik door in deze tent, in mijn kamer, in mijn schuilplaats onder het bureau. Elke keer, voordat ik eruit kroop, had ik een moment van bezinning: "Nu laat ik mijn sombere stemming hierbinnen achter; zodra ik naar buiten stap, voelt het alsof ik opnieuw ben geboren." Dat loste niet alles op, maar het hielp.

 

Toen ik eenmaal wat rustiger was, kon ik beginnen te onderzoeken waar mijn woede eigenlijk vandaan kwam.

 

Eigenlijk begon daar, in die tent, het blootleggen van mijn problemen. Ook later, wanneer ik me slecht voelde of moest huilen, kroop ik weer mijn tent in – inmiddels een aparte, eenpersoonstent.

 

Deze ruimte hielp mij om de werkelijkheid en het verwerkingsproces van elkaar te scheiden. Buiten ging het leven door, binnen was ik veilig.

 

Die veiligheid had ik nodig om me ook voor mezelf te kunnen openen.

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb