Kloosterlijke rust

Een collega vertelde me ooit over haar studiedagen in een rustige kloosterkamer. 

 

Eind 2022 had ik het gevoel dat ik die rust nodig had. Rust, een plek waar ik ongestoord naar mezelf kon luisteren. Waar ik mijn gedachten op een rijtje kon zetten. Daarom ben ik voor een kleine week naar een klooster verhuisd.

 

In mijn kamer was ik alleen en dat voelde heel fijn. Ik hoefde me aan niemand aan te passen, of op iemand te letten. In de ochtend en avond aten we samen met de andere gasten en vrijwilligers. Het was heerlijk om te ervaren dat ze er voor me waren, zonder enige verwachtingen.

 

Overdag bleef ik meestal in mijn kamer. Ik las, schilderde mandala’s en begon mijn kindertijd op te schrijven. Ook de onderwerpen die ik tot dan toe had vermeden, kregen een plek op papier. Daarnaast noteerde ik wat me momenteel helpt in mijn herstel. Deze teksten vormden later de basis van deze website.

 

In deze rust mediteerde ik meerdere keren per dag.  Ik zocht naar antwoorden en probeerde de oorzaak van mijn boosheid te begrijpen. Deze boosheid, die ik in het heden op mijn vader richtte, omdat hij er niet meer is. Hoewel ik geen directe antwoorden vond, kwamen er langzaam gevoelens naar voren die ik eerder had onderdrukt.

 

In het klooster was het prettig dat ik niet hoefde te kiezen tussen alleen zijn en in gezelschap zijn. Wanneer ik behoefte had aan een gesprek, vond ik altijd iemand om mee te praten. En als dat niet het geval was, kon ik me in alle rust terugtrekken. Soms zat ik ook gewoon in de kerk, om aanwezig te zijn en te genieten van het moment, zonder enige verwachtingen.

 

Deze rust en de lieve mensen hebben mij veel gegeven.

 

Daar ontdekte ik hoe essentieel deze stilte is voor mijn herstel.