Jaloezie als ervaring op volwassen leeftijd
Als kind voelde ik eigenlijk niet echt jaloezie. Misschien omdat ik eigenlijk niets had.
Ik had kleren natuurlijk, en ik had een paar speeltjes. Een Donald Duck met één poot, een gele plastic beer, en een Misa-beer van de Olympische Spelen in Moskou. Ik heb geen idee hoe die bij mij terecht is gekomen.
Ik was ongeveer acht jaar oud toen er een kat bij ons kwam wonen. Ik wilde graag met haar spelen, maar mijn moeder zei duidelijk dat de kat van mijn zus was. Paf. Weer zo'n pijnlijke opmerking. Ik reageerde er niet op, maar slikte het in. Zelfs de kat leek niet van ons samen te zijn; ze was ook niet echt 'van ons.'
Toen ik ongeveer zeven jaar oud was, woonde er naast ons een oudere man. Hij was een collega van mijn moeder, een vriendelijke en bescheiden man met uitstekende manieren. Samen met zijn lieve vrouw reisde hij vaak naar het buitenland. Als ik op mijn nagels lette en ze niet tot het uiterste afbeet, verraste hij me met een cadeautje. Een keer kreeg ik een klein speelgoedstrijkijzer. Het maakte me blij; het had een mooi, rood handvat. Hoewel ik nooit echt ‘meisjesachtig’ ben geweest, genoot ik er toch van.
Ik herinner me nog goed de vreemde blik van mijn zus. Ik kreeg een cadeau, maar zij niet. Het was voor mij ook onduidelijk. Nog vreemder was het dat ik op bezoek mocht bij die man en zijn vrouw, terwijl noch mijn ouders, noch mijn zus uitgenodigd waren. Ik weet niet waarom dat zo was. Misschien hield hij gewoon van mij, denk ik nu.
Ik voelde een diep verdriet steken in mijn hart toen iemand die voor mij belangrijk is met een ander aan het praten was. Mijn gedachten gingen naar: wat fijn voor haar dat ze de aandacht krijgt die ik ook zo graag zou willen.
Dit gevoel was nieuw en vreemd, maar ook cruciaal. Het toonde aan dat ik weer in staat ben om te voelen. Dat ik de dingen niet langer zomaar inslik. Er is opnieuw verlangen in mij, een gevoel van verbondenheid en gemis.
En dat is goed!
Maak jouw eigen website met JouwWeb