Een eigen plek om me terug te trekken

Toen ik over de tent schreef, realiseerde ik me dat er een interessante samenhang ontstond.


Dat ik in bijna al mijn relaties een eigen plek had. Een kamer. Een hoek. Een plaats waar ik me kon terugtrekken.

 

Ik heb dit niet bewust zo ingericht. Ik heb niet van tevoren besloten dat ik dit nodig had.
Pas nu zie ik dat dit steeds opnieuw in mijn leven terugkwam. Als een terugkerend patroon.

 

Ik herinner me een tijd waarin alles gedeeld moest worden en er geen ruimte was om me even terug te trekken. Toen besloot ik een eigen auto te kopen. Eigenlijk had ik die niet écht nodig en gebruikte ik hem zelden. Terugkijkend besef ik nu dat ik destijds behoefte had aan mijn eigen ruimte.

 

De auto werd mijn veilige haven waar ik tot rust kon komen.

 

In mijn kindertijd was zoiets er niet. Ik deelde een kamer met mijn zus en had geen eigen ruimte om naar terug te trekken. Misschien ligt daar wel de oorsprong van mijn behoefte aan een persoonlijke plek.

 

Ik woon nu alleen in mijn appartement, waar ik de vrijheid heb om te bepalen wie binnenkomt.
Hier zijn de dingen die voor mij van groot belang.

 

Dit is een plek van rust, een plek waar ik me veilig voel.

Dat is voor mij van onbetaalbare waarde.