Brieven aan mezelf

Lange tijd zat ik niet goed in mijn vel.

 

Ik was mezelf niet, ik was alleen maar aan het vechten. Met de hele wereld, maar vooral met mezelf. Ik was heel gevoelig.

 

Ik schreef waarschuwingsbrieven aan mezelf.


Ik schreef ze, stopte ze in een envelop, plakte die dicht en schreef er aan de buitenkant op waar ze over gingen. Er stonden titels op zoals:

  • als ik mijn vrienden weiger

  • als ik lusteloos ben

  • als ik ongeduldig ben

  • als ik niet uitkom van mijn kamer

  • als ik te gek do met mijn konijnen

  • als ik geen aandacht aan mijn man geef


Het doel van deze brieven was om mezelf uit een bepaalde toestand te kunnen trekken. Het idee was, dat ik mijn eigen woorden teruglas. Daardoor voelden ze op de een of andere manier geloofwaardiger en beter te accepteren dan wanneer iemand anders precies hetzelfde zou hebben gezegd.

 

In bepaalde situaties, had ik het gemakkelijk als kritiek kunnen ervaren als mijn man het in zijn eigen woorden had gezegd. Deze brieven waren bedoeld om aan mijn man te geven. Ik stelde me voor dat hij de brief, die bij de situatie pastte op het juiste moment aan mij zou overhandigen. Gesloten. Ongeopend.


Zijn taak was om de brief aan te reiken. De mijne was om hem te lezen en, als dat nodig was, te veranderen.


Helaas verslechterde onze relatie nog voordat ik deze brieven aan hem kon geven.

 

Tussen mijn oude geschriften kwam ik deze brieven weer tegen. Het was een vreemde en tegelijk verdrietige ervaring om ze terug te lezen. Alsof een andere versie van mij tegen me sprak. Iemand die toen nog heel hard probeerde zichzelf bij elkaar te houden.

 

Ik citeer hier slechts een kort fragment ter illustratie uit een van deze brieven. Elke brief begon op een vergelijkbare manier, daarna verschilde de inhoud:

 

“Dit is een brief van mezelf, aan mezelf.
Er is iets gebeurd. Iets is niet oké.

En de persoon die ik vertrouw, met wie ik wil leven, bij wie ik rust en liefde zoek, voelt nu dat hij iets moet doen. Ik heb hem hierom gevraagd. Ik heb hem gevraagd om het te zeggen als ik iets doe dat afwijkt van wie ik werkelijk ben. Ik moet dankbaar zijn dat hij mij deze brief nu overhandigt.

Mijn taak is om mijn eigen woorden te lezen, een stap terug te doen van de dagelijkse realiteit, de situatie opnieuw te beoordelen en, als het nodig is, snel te veranderen. Deze brief is een waarschuwing. Een noodkreet.

Hij geeft aan dat ik de laatste tijd ongeduldig, onderdrukkend, bijna als een huisdraak overkom.

…...

Daar ben ik dankbaar voor. Dat moet ik zijn.
Want degene die mij deze brief nu geeft, houdt van mij en wil ook in de toekomst bij mij zijn. Ik moet hem bedanken. Mijn dankbaarheid uitdrukken. Met een kus.

Hij is deel van mijn team. Hij steunt me. Hij houdt van me.

Waarom ben ik ongeduldig? Dat kan veel oorzaken hebben. Niet alles begrijp ik.

Maar ik weet wel dat ik nu moet vertragen. Dat ik tot rust moet komen. Dat ik moet mediteren. Dat ik mijn innerlijke rust moet terugvinden.

Ik ben in principe een aardige, vrolijke vrouw.

Er is nu gewoon iets op me neergedaald. Een stoflaag. Die wil ik van me afschudden.

Daarnaast moet ik bedenken hoe ik hem kan bedanken voor het openen van mijn ogen.

Want hij houdt van me.”


Ik had ook een brief geschreven dat ik mijn ervaringen belangrijk vind om te delen. Die brief werkte wel. Twee weken geleden las ik die brief over de blog en kreeg ik kracht uit mijn eigen bemoedigende woorden.