Het verleden
Ik heb niet veel herinneringen aan mijn vroege kindertijd, en het is ook niet mijn bedoeling om alles tot in detail te beschrijven. Ik wil vooral laten zien waar ik vandaan kom.
Mijn eerste herinnering stamt uit de tijd dat ik drie of vier jaar oud was. Ik speelde alleen op de speelplaats van de kleuterschool, in de zandbak. Het was vroeg, de andere kinderen waren er nog niet. Mijn moeder stond iets verderop te praten met de twee leidsters.
Plotseling werd ik in mijn vinger gestoken door een bij, en ik begon hard te huilen. De twee leidsters kwamen naar me toe en probeerden me te troosten. Ondertussen zag ik dat mijn moeder op de achtergrond wegliep.
Mijn volgende herinnering is van toen ik zes jaar oud was. Ik lig ’s avonds in bed en denk dat mijn echte moeder vandaag ook weer niet is gekomen. Maar morgen zal ze me vast komen halen en me meenemen. Die gedachte keerde elke avond terug.
Rond mijn achtste of negende verlangde ik er ’s avonds niet meer naar dat iemand mij zou komen halen. Toen smeekte ik al om te mogen sterven. Dat was mijn laatste gedachte voordat ik in slaap viel.
Mijn kindertijd was allesbehalve prettig. Mijn ouders stonden niet open voor mijn gevoelens en boden me geen emotionele steun. Het leek wel alsof ik meer een last was dan een kind. Mijn oudere zus maakte het nog erger; niet alleen pestte ze me, ze leek er ook blij van te worden als ze me pijn deed of me voor anderen belachelijk maakte. Wanneer ik dit bij mijn moeder aankaartte, noemde ze me een leugenaar. En als ik me tot mijn vader wendde, kregen we beide straf, waarna mijn zus nog wraak op me nam.
Ik leerde al heel vroeg dat het voor mij het veiligst was om stil te blijven en mijn gevoelens te verbergen. Als mijn zus zag dat ik zwak was, huilde of geen kracht had, maakte ze daar misbruik van.
Tot op de dag van vandaag voel ik nog steeds een zekere spijt dat ik niet ben aangenomen op de middelbare school van mijn dromen. Ik had me aangemeld bij een tweetalig gymnasium en keek er ontzettend naar uit om daar te studeren, maar ik miste helaas een paar punten. Er was een mogelijkheid dat ik alsnog toegelaten zou worden als mijn ouders een bezwaarschrift hadden ingediend, maar ze besloten dit niet te doen. Ze zeiden dat het ook goed zo was. Dit deed veel pijn, want dit was het eerste wat ik echt wilde.
Ik had geen ander idee, dus diende ik mijn aanmelding in bij dezelfde scholen als mijn vriendin. Net als zij werd ik internaatsleerling. Tegen die tijd maakte het eigenlijk al bijna niets meer uit.
Ongeveer anderhalve maand na de start van het schooljaar kwam ik op een vrijdagmiddag thuis. Bij binnenkomst zag ik alles in dozen staan. Alles was ingepakt, zelfs mijn eigen spullen. In eerste instantie begreep ik niet wat er aan de hand was. Schertsend vroeg ik mijn vader of we gingen verhuizen. Tot mijn grote verrassing bevestigde hij dat dit inderdaad het geval was. Dat weekend verhuisden we.
Niemand had mij daar van tevoren iets over verteld.
In de nieuwe omgeving hadden mijn ouders en mijn zus al bekenden, terwijl mijn vrienden allemaal in onze oude woonplaats waren gebleven, ongeveer anderhalf uur verderop. Deze situatie leidde tot een innerlijke breuk voor mij.
Na deze ervaringen heb ik sterkere en levendigere herinneringen aan mijn middelbare schooltijd, aan mijn klasgenoten, vrienden en de momenten die we samen deelden.
Die zomer leerde ik een meisje kennen, en we hebben besloten om samen te beginnen met sporten. Elke dag maakte ik een reis van drie uur van en naar school en trainde ik drie keer per week. Tegen de tijd dat ik thuiskwam, was het avond; ik at snel een hapje en studeerde daarna. Mijn dagen waren strikt ingedeeld, maar ik voelde me vol energie.
Hoewel mijn ouders hier niet achter stonden, besloot ik toch een groot zwart-wit schilderij met strakke lijnen op een van de muren van mijn kamer te maken. Het interesseerde me niet wat zij ervan vonden.
Ik was niet langer het stille kind dat ik vóór de verhuizing was. Toen ik later van huis ging, verdween dit beeld al snel van de muur.
Zoals in zulke situaties vaak gebeurt, ging ik op jonge leeftijd het huis uit wonen, en zoals uit mijn verleden voortkwam, had ik ook relatieproblemen. Er was een periode waarin ik thuis om hulp vroeg. Het antwoord was: “je bent slim, je redt het wel.” En daarmee was het onderwerp afgesloten.
De dynamiek binnen ons gezin veranderde toen mijn zus haar eigen gezin stichtte. Voor mijn moeder leken mijn vader en zus nu niet alleen voorrang te krijgen, maar ook mijn zwager en later de kinderen van mijn zus.
Ik ben er van overtuigd dat er in mijn kindertijd momenten van lachen en mooie ogenblikken zijn geweest. Helaas zijn deze herinneringen mij niet zo helder bij gebleven. Lange tijd dacht ik dat mijn negatieve herinneringen slechts het resultaat waren van mijn kinderlijke fantasie.
Tijdens een therapeutisch traject op mijn dertigste kreeg ik het advies om mijn ouders om vergeving te vragen voor mijn jeugdige gedrag. Ik schreef een brief die ik aan hen moest voorlezen. Ik herinner me dat ik tijdens de twee uur durende reis overviel me de emotie; ik huilde continu en ook daarna de brief nauwelijks kon voorlezen. Toen ik eindelijk klaar was, stond mijn moeder op en zei eenvoudig: “Nou goed dan, meisje.” Daarna liep ze weg. Mijn vader ging zwijgend achter haar aan. Ik bleef alleen achter in de kamer.
Die avond keken we samen televisie, alsof er niets was gebeurd. Mijn moeder zat aan het ene uiteinde van de bank, ik aan het andere. In het programma vertelde een journalist hoe zijn relatie met zijn moeder als volwassene was hersteld. Het was een mooi verhaal, het raakte me. Ik legde mijn hand op die van mijn moeder. Ze reageerde niet. Ze bewoog niet. Alsof ik er niet was.
Op dat moment werd het voor mij duidelijk dat mijn herinneringen uit mijn kindertijd geen verzinsels waren.
Ik herinner me nog goed dat mijn moeder ooit zei dat ze slechts één kind had gewild. Ik kan er niets aan doen dat ik de tweede ben geworden. Dit heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de verschillende levenslessen en waarden die mijn zus en ik van huis uit hebben meegekregen.
Ik heb dit opgeschreven omdat het cruciaal is om het uitgangspunt te erkennen. Er is een weg vooruit. Een moeilijke weg, dat klopt, maar hij is er. En er is hoop voor de toekomst. Een stralende toekomst, die zelfs met zo'n verleden in zicht te bereiken is.
Het is belangrijk voor me om te benadrukken: hoewel er pijn in mij zit en ik liever niet terugdenk aan mijn jeugd, het niet mijn doel is om te oordelen over waarom iemand zich tegenover mij zo heeft gedragen. Lange tijd heb ik datgene waar ik ben gekomen, hoe ik nu leef en wie ik ben geworden, als een nadeel ervaren.
Inmiddels geloof ik echter dat iedereen doet wat op dat moment het beste voor hen lijkt — ook als ik de gebeurtenissen anders heb beleefd. Ik ben ervan overtuigd dat er achter de handelingen van anderen redenen liggen die voor mij onbekend zijn.
Daarom kies ik ervoor om niet te oordelen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb